Minder is Meer

“We doen echt niet veel’, zegt ze als we binnen zijn. “Maar alles lijkt steeds erger te worden. Ze wordt steeds onzekerder buiten, schrikachtiger. En ze gaat nu ook binnen blaffen, reageert op elk geluidje.”

De hond in kwestie is nu ruim een half jaar in Nederland en mijn hulp werd ingeroepen, omdat het baasje met de handen in het haar zit. De hond die vrijwel meteen na aankomst al volgzaam was en met niets moeite scheen te hebben, is een ‘hond met ongewenst gedrag’ geworden. Ik kom dit heel vaak tegen en wil het volgende graag nog een keer aankaarten, omdat het zo fijn zou zijn als je samen van begin af aan de juiste stappen kunt zetten.

Ik heb het hier specifiek over adoptiehonden uit het buitenland. Heel veel stichtingen geven al goede adviezen mee. Onder andere dat je in het begin niet veel met de hond moet doen, dat je de tijd moet nemen en bijvoorbeeld niet direct met de hond in de auto naar het bos moet rijden voor een lange wandeling.

Waar schuilt het gevaar dan? De hond lijkt namelijk ok, is lekker op ontdekkingsreis in jouw huis, je tuin. Gedraagt zich goed, is blij, je hebt een leuk contact met hem, hij volgt je overal, eet goed. Niets aan de hand zou je denken.
Zo op het eerste gezicht lijkt dat inderdaad zo en toch kan er wel degelijk iets spelen… Een hond uit het buitenland heeft een lange reis achter de rug. De hond is uit zijn vertrouwde omgeving gehaald, weg bij hondenvriendjes, mensen die hem voeren, geluiden die hij kent, geuren die gewoon zijn, de vrijheid van los lopen. Daarna komt hij bij jou, kent niets bij jou, van jou. Kent de omgeving niet. Is niet gesocialiseerd met jouw omgeving. Dat socialisatieproces kan je eigenlijk vergelijken met hoe het voor een pup is. Alles leren kennen, ontdekken, opnemen, verwerken. En in dit verwerken zit de clou. Een pup verwerkt alles makkelijker. De puppyfase waarin de hond alles zonder angst tegemoet treedt (geen angst voor het onbekende heeft) is namelijk al voorbij wanneer je een rescue hond in huis haalt. Dat is geen pup meer, maar een puber of volwassen hond. Daarbij komt dat socialisatie een heel ander leerproces is dan, al dan niet op een hondenschool en al dan niet met koekjes, commando’s aanleren en trainen.

Een transport of verhuizing (van opvang naar gouden mand bijvoorbeeld) is een heel grote verandering in het leven van jouw hond. De hond is zijn basisveiligheid kwijt en moet die weer opbouwen. Dat vraagt tijd. De hond heeft heel veel te verwerken en heeft rust nodig om dat te doen. Daarom is het enorm belangrijk om niet meteen te veel te gaan doen. Met ‘niet meteen’ heb ik het niet over de eerste week, maar over de eerste weken en zelfs maanden. Ik maak zo vaak mee dat de honden in het begin “gewoon meegaan, niets aan de hand, ze vond het leuk, heerlijke wandelingen overal.” “Ja, we hebben een gehoorzaamheidscursus met hem gedaan, hij vond het erg leuk, had totaal geen aandacht voor ons, wilde voortdurend naar de andere honden toe.” “We doen echt niet veel met haar, twee keer per dag een wandeling van een half uur, in het weekend gaan we vaak naar een ander bos voor de afwisseling, kan ze lekker snuffelen. En als ze meegaat naar familie of vrienden, dan nemen we de bench mee, dan heeft ze haar eigen plekje.” Prachtig zoals er al rekening wordt gehouden met de vele indrukken die de hond te verwerken heeft. En na een half jaar gaat het plots helemaal mis. “Ze wil niet meer naar buiten, is heel angstig geworden, de auto is een groot probleem, ze blaft naar alles.”

En waarmee ik begon, “We doen echt niet veel”, is al te veel. Rust…. rust…. rust. Mijn klanten horen het mij elke keer zeggen tijdens sessies. Laat de hond eerst lekker in de tuin uit, dagenlang, desnoods wekenlang. Laat alles bezinken. Maak een klein ommetje, loop even naar voren, kijk of je hond snuffelt. Is hij superalert? Blijf dan nog lekker in de tuin, dit is intussen een vertrouwde omgeving geworden, fijn, veiligheid. Speelt de hond continu met de andere hond in huis? Worden ze een beetje hyper? Zet het even stop, bescherm elkaar. Wil niet te veel. Laat niet te veel. Maak het minimaal, behapbaar. Creëer ruimte en stilte om te kunnen verwerken.

Weet je, honden gaan vaak wel mee, doen wel. Ze willen er bij zijn. Bij de ene hond zie je duidelijk aan zijn lichaamstaal en reacties dat hij er moeite mee heeft, daar kan je op antwoorden. Maar net zoals bij mensen zijn er bij honden ook binnenvettertjes. Die laten het meer over zich heen komen. Daar zie je aan de buitenkant niets aan, maar in hun lijf wordt er een bom opgebouwd en op een gegeven moment is de bom niet meer goed hanteerbaar.

Die opeenstapeling van indrukken na een indrukwekkende reis en een afscheid voor altijd wordt vaak nog onderschat. Help je hond door nog minder te doen. En niet voor even, maar voor langer. Daarna kan zo veel meer.

3. Help ik laat los!

Tijdens de eerste sessie zijn we meteen aan de slag gegaan met het ‘grootste probleem’: wandelen.
Lola schiet echt alle kanten op, sleept je mee, loopt op twee achterpoten om nog sneller te kunnen gaan en als het meezit joelt ze ook nog naar wandelaars, fietsers en auto’s. Een feestje… Maar niet echt.

We zijn rustig begonnen. We hadden het grote geluk vanuit het vakantiehuis direct een pad door de weilanden te kunnen nemen. Eerst maar eens kijken wat de gewoontes zijn. Cathleen heeft Lola aan een 2 meter lijn lopen. En ik merk dat ze voor de zekerheid twee musketons aan het tuig vastmaakt. Mocht de één losschieten, dan zit Lola nog vast aan de ander. Deze angst is ontstaan doordat Lola een keer onder de struiken dook en er een musketon losschoot en Lola opeens, ongepland, los rondrende.

We gaan lopen. Ik heb Cathleen gevraagd niet te veel naar Lola te kijken, goed bij zichzelf te blijven en een rustig tempo aan te houden. Nou, dat is makkelijker gezegd dan gedaan…. Lola rent voor haar langs, schiet op haar achterpoten, rent weer naar links en wil maar één ding: voorwaarts. Er is geen enkel contact, het is ieder voor zich. En voor de baas vooral: hoe blijf ik overeind?

Na een stukje lopen stel ik voor een 5 meterlijn aan het tuig van Lola te koppelen. Ik wil kijken of Lola met meer ruimte en vrijheid rustiger wordt. Direct voel ik spanning opkomen. Bij Cathleen.
We overleggen even, want het is belangrijk dat het voor de baas goed voelt, dat we iets doen waar ze vertrouwen in heeft. En ja, ze gaat er voor. Ik klip de 5 meter aan het tuigje en vraag Cathleen haar 2 meter lijn los te laten. En wauw… daar gebeurt heel veel. Voor de baas. Want nu moet ze de controle loslaten. Lola binnen 2 meter bij haar hebben geeft haar het gevoel controle te hebben. En Lola nu 5 meter geven, meer vrijheid, blijkt heel spannend. Maar ze doet het. En ze neemt de 5 meterlijn van me over. We wandelen rustig verder, ik blijf naast haar, vertel steeds wat ik zie gebeuren. We geven Lola alle ruimte, ze gaat de weilanden in, rent van links naar rechts, snuffelt, snuffelt eindeloos. Ze kan haar alertheid laten gaan, is met hondenzaken bezig. En er komt ontspanning, genieten, vertrouwen. Het hevige trekken is niet verdwenen, maar er is ook tussendoor een slappe lijn! En Cathleen…. Zij laat háár hevige angst los.